You Are Here: Home » Gelijke Kansen » Tussenkomst ivm de evenwichtige vertegenwoordiging mannen en vrouwen in adviesorganen 2010 en de daaraan verbonden acties

Tussenkomst ivm de evenwichtige vertegenwoordiging mannen en vrouwen in adviesorganen 2010 en de daaraan verbonden acties

Interpellatie van Mevrouw Brigitte De Pauw aan Staatssecretaris Bruno De Lille, bevoegd voor gelijke kansen Betreft: Verslag evenwichtige vertegenwoordiging mannen en vrouwen in adviesorganen 2010 en de daaraan verbonden acties
Begin vorig jaar bezorgde u ons het verslag over de vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in adviesorganen voor 2009. Naar aanleiding van de ordonnantie van 5 juli 2001 tot wijziging van de ordonnantie van 27 april 1995 houdende de invoering van een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in adviesorganen bent u immers verplicht dit over te maken aan het parlement. De ordonnantie bepaalt dat ten hoogste 2/3 van de leden van adviesorganen van hetzelfde geslacht mogen zijn. Deze regel houdt zelfs een resultaatsverbintenis in. Het is goed dat een dergelijk verslag jaarlijks wordt opgesteld. Een overheid moet immers alle inspanningen leveren om elke vorm van discriminatie en uitsluiting te weren. Mannen en vrouwen moeten dan ook evenredig vertegenwoordigd zijn in het besluitvormingsproces.

Als antwoord op mijn interpellatie over dit onderwerp vorig jaar zei u dat u naar aanleiding van het rapport 2010, dat wij nog niet hebben ontvangen, zou nagaan of er geen nieuwe acties of initiatieven zouden moeten op touw worden gezet ten einde de 1/3 – 2/3 norm in adviesorganen te laten respecteren. Daarenboven zei u dat u de lijst met adviesorganen, die onderworpen zijn aan deze regel, zou bestuderen en desgevallend eventueel zou uitbreiden. U zou er ook op toezien dat indien een bepaald adviesorgaan niet zou beantwoorden aan de norm, het verzoek tot afwijking voldoende gemotiveerd zou zijn. Bovendien plande u sensibiliseringsacties en informatiecampagnes rond het belang van een evenwichtige vertegenwoordiging.

Graag had ik dan ook van u het volgende geweten:

-          Wanneer zullen wij het verslag van 2010 ontvangen over de samenstelling van de adviesorganen? Beantwoordden vorig jaar alle adviesorganen aan de norm? Zo nee, welke adviesorganen waren niet correct samengesteld en was er een voldoende motivering hiervoor? Heeft u de bevoegde Minister hierop aangesproken en aangespoord maatregelen te nemen zodat het desbetreffende adviesorgaan correct is samengesteld?

-          Kan de lijst met adviesorganen die moeten beantwoorden aan de 1/3 – 2/3 –norm uitgebreid worden? Zo ja, welke organen zouden volgens u in aanmerking moeten worden genomen? Beantwoorden deze adviesraden deze nu al aan de vooropgestelde norm van evenwichtige vertegenwoordiging? Zo nee, zullen deze adviesorganen in de nabije toekomst dan worden hersamengesteld?

-          Welke acties en sensibiliseringscampagnes plant u nog in verband met de evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in adviesorganen?

Brigitte De Pauw

Antwoord:

Mevrouw Céline Fremault (in het Frans).- Overeenkomstig de ordonnantie van 27 april 1995 houdende invoering van een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in adviesorganen dient, telkens in een adviesorgaan één of meerdere mandaten ten gevolge van een voordrachtprocedure te begeven zijn, per mandaat, door elke voordragende instantie, de kandidatuur van minstens één man en één vrouw voorgedragen te worden. Bovendien mag ten hoogste twee derde van de leden van een adviesorgaan van hetzelfde geslacht zijn. Het vijfde verslag over de toepassing van deze ordonnantie heeft betrekking op de situatie op 30 april 2009. Op die datum telden 5 van de 15 adviesorganen minder dan 33% vrouwen. Dat is een verbetering ten opzichte van het jaar voordien, waarin 7 adviesorganen niet aan de minimumvereisten van de ordonnantie voldeden, maar er blijft nog werk aan de winkel.
De Gewestelijke Ontwikkelingscommissie, die samengesteld is uit 12 onafhankelijke deskundigen, 12 vertegenwoordigers van de gemeenten en 24 vertegenwoordigers van adviesorganen, telde slechts 23,8% vrouwen.

Eind 2009 dienden 7 leden te worden vervangen, alsook alle vertegenwoordigers van de gemeenten. Is er ondertussen een meer evenwichtige vertegenwoordiging? Heeft iedere instantie zowel een man als een vrouw voorgedragen? De Commissie voor de coördinatie van de werken op de openbare weg, die samengesteld is uit 38 leden, telde in april 2009 maar 2,6% vrouwen, die slechts een adviserende stem hadden. De laatste vernieuwing van mandaten dateert van 18 april 2008. Er is sindsdien ongetwijfeld maar weinig veranderd. Zijn er voor die nieuwe mandaten telkens zowel een man als een vrouw voorgedragen? Waarom is geen enkele vrouw verkozen? Het Adviescomité voor taxi’s en huurwagens met chauffeur telde 15,4% vrouwen. Volgens het regeringsbesluit van 2009 mag dit comité van het principe van de evenwichtige vertegenwoordiging afwijken, omdat de taxisector een bij uitstek mannelijke sector is. Dat is bijzonder stigmatiserend. Volgens dat besluit zijn de representatieve beroepsverenigingen over het algemeen  niet in staat om kandidaturen van vrouwen voor te dragen en nog minder om voor elk mandaat de kandidatuur voor te dragen van minstens een man en een vrouw. Het laatste mandaat werd vernieuwd in september 2008. De volgende vernieuwing zal plaatsvinden in augustus 2010, vandaar mijn waakzaamheid. Ook al is een evenwichtige vertegenwoordiging geen verplichting, wij moeten de actoren ervan overtuigen dat de aanwezigheid van vrouwen in dit comité een echte meerwaarde betekent.
In het Stedenbouwkundig College bedroeg het aantal vrouwen 25%. De jongste mandaatvernieuwing dateert van 6 november 2003. Het gaat om mandaten van 6 jaar, maar begin 2010 waren er nog altijd vier leden niet benoemd. Ik kan er alleen maar op aandringen dat de regelgeving wordt nageleefd. In het Adviescomité voor de buitenlandse handel zit 32,7% vrouwen. De norm dat niet meer dan twee derde van de leden van hetzelfde geslacht mag zijn, wordt dus bijna gehaald, maar dat belet niet dat de raad geen geldig advies kan uitbrengen,
tenzij hij voldoende kan motiveren waarom deze voorwaarde niet gehaald werd. Hebben de instanties die kandidaten moesten voorstellen, wel telkens een man en een vrouw voorgesteld? Welke maatregelen zult u nemen om ervoor te zorgen dat de reglementering eindelijk toegepast wordt, ten minste voor de vijf resterende organen? Zo niet kunnen alle adviezen van deze comités in beroep door de Raad van State vernietigd worden.
(Applaus)

About The Author

Number of Entries : 209

Leave a Comment

© Brigitte De Pauw 2014 - Alle rechten voorbehouden

Scroll to top