You Are Here: Home » Algemene zaken » Tussenkomst ivm de pensioenen contractuele ambtenaren

Tussenkomst ivm de pensioenen contractuele ambtenaren

INTERPELLATIE VAN MEVROUW BRIGITTE DE PAUW AAN MEVROUW BRIGITTE GROUWELS, LID VAN HET VERENIGD COLLEGE, BEVOEGD VOOR HET BELEID INZAKE BIJSTAND AAN PERSONEN EN OPENBAAR AMBT, EN MEVROUW EVELYNE HUYTEBROECK, LID VAN HET VERENIGD COLLEGE, BEVOEGD VOOR HET BELEIDINZAKE BIJSTAND AAN PERSONEN Betreft: Pensioenen contractuele ambtenaren
OCMW’s Contractuele ambtenaren verrichten hetzelfde werk als hun statutaire collega’s, maar bij het einde van hun loopbaan krijgen zij veel minder pensioen dan hun vastbenoemde collega’s. Voor een complete loopbaan ontvangt een contractant gemiddeld 13.495 EUR per jaar. Voor een vastbenoemd personeelslid is dat 18.790 EUR. Dit is een verschil van bijna 40%. In tegenstelling tot vele werknemers in de privé-sector hebben contractuele ambtenaren ook niet de mogelijkheid in de zogenaamde tweede pijler een aanvullend pensioen op te bouwen. Om deze kloof tussen contractuele en statutaire ambtenaren te verminderen is er echter een federaal wetgevend kader nodig. De opeenvolgende Federale Ministers van Pensioenen kondigden al verscheidene jaren een algemeen wettelijk kader aan voor die tweede pijler in de openbare sector. Huidig Federaal Minister voor Pensioenen heeft aangekondigd tegen eind dit jaar een initiatief te nemen. Zo’n initiatief zal vooral nuttig zijn voor de lokale sector en OCMW’s waar reeds 60% van het personeel contractanten zijn die als groep niet meer zullen statutair benoemd worden. Op diverse overheidsniveaus heeft men deze federale kaderwet echter niet afgewacht. Op diverse overheidsniveaus heeft men evenwel deze federale kaderwet evenwel niet afgewacht. In het sectoraal akkoord voor de lokale besturen in Vlaanderen van 19 november 2008 werd de start van een tweede pensioenpijler voor contractuele ambtenaren opgenomen. De vertegenwoordigers van de vakbonden en de werkgevers van de lokale besturen in Vlaanderen zijn overeengekomen om met ingang van 1 januari 2010 voor contractueel overheidspersoneel een aanvullende pensioenregeling op te starten. De financiering gebeurt door een patronale bijdrage die in 2010 minstens 1 procent van de wedde zal bedragen. Dat is bescheiden, maar ieder bestuur kan beslissen voor zijn werknemers een hogere bijdrage te betalen. De opdracht is uitgeschreven door de RSZPPO en die gunde de aanvullende pensioenen aan Dexia Insurance Belgium en Ethias. De regel staat per definitie open voor alle Belgische lokale besturen, zowel gemeenten als OCMW’s. Bovendien beweegt er in de Waalse gemeenten en steden ook iets: een veertigtal Waalse besturen, waaronder Luik, wil niet langer wachten op een federaal initiatief. Evenwel, de Waalse vakbonden houden een vergelijkbare regeling zoals Vlaanderen tegen. Zij zijn van mening dat het extra geld die daar wordt ingestoken beter zou gaan naar het vast benoemen van contractuelen. Deze discriminatie tussen collega’s werkt niet motiverend; zeker als je jaren lang hetzelfde werk gedaan hebt. We zouden ook in het Brussels Gewest moeten streven naar een maximale gelijkstelling tussen statutaire en contractuele personeelsleden. Daarom mijn vragen aan u Mevrouw het Collegelid: - Bent u op de hoogte van de Brusselse situatie? Hoeveel OCMW-ambtenaren in Brussel hebben een contractueel statuut en zullen dus later een lager pensioen ontvangen dan hun statutaire collega’s? - Bent u eveneens overtuigd van de noodzaak dat er iets moet ondernomen worden om deze discriminatie op het vlak van pensioenen tussen statutaire en contractuele OCMW-ambtenaren te verkleinen of zelfs weg te werken? - Heeft u reeds een kostenberekening gedaan indien dit systeem bij de Brusselse OCMW’s zou worden ingevoerd? Brigitte De Pauw

De heer Charles Picqué, minister-president (in het Frans).- Dit staat volledig los van de interpellatie en ik stel voor dat u mij daarover apart ondervraagt. Het probleem is veel ruimer dan de overeenstemming tussen de pensioenen van
contractuelen en statutairen.

Mevrouw Anne Dirix (in het Frans).- Deze discussie moet gevoerd worden in het kader van platform.

De heer Charles Picqué, minister-president (in het Frans).- Niet helemaal. Om de recentste informatie te krijgen, kunt u beter een mondelinge vraag indienen. Ik kan u zo niet zeggen welke gemeente bij welke kas aangesloten is.

Mevrouw Anne Dirix (in het Frans).- Dat vroeg ik niet en dat staat trouwens op de website van de Vereniging van de Stad en de Gemeenten.

De heer Charles Picqué, minister-president (in het Frans).- Het Brussels Gewest heeft de minister van Pensioenen twee bijkomende maanden gevraagd om zich uit te spreken, zodat de gemeenten de gevolgen van een eventuele aansluiting kunnen nagaan. De minister heeft dat informeel toegestaan. Sommige gemeenten hebben zich toch al aangesloten,
om de bonus niet te missen, maar zonder voldoende informatie.

Mevrouw Anne Dirix (in het Frans).- Wat vindt u van de gelijkschakeling van contractuelen statutairen en hebt u  daarover gesproken met uw federale collega?

Mevrouw de voorzitter.- Mevrouw Brouhon heeft het woord.

Mevrouw Sophie Brouhon.- Ik heb ook een vraag over de betaalbaarheid van de pensioenen van de gemeentelijke en gewestelijke ambtenaren. Er is een ontwerp van K.B. dat de gemeenten en het Brussels Gewest tot 31 maart de tijd geven om te beslissen bij welk systeem ze zullen aansluiten. Mijn vraag gaat over de Brusselse instellingen die tot pool 3 en pool 4 behoren. Ik zal u daarover mijn informatie bezorgen, zodat u mijn vraag kunt beantwoorden.

Mevrouw de voorzitter.- De heer Azzouzi heeft het woord.
De heer Mohamed Azzouzi (in het Frans).- Volgens de PS worden het Brussels Gewest en de plaatselijke besturen benadeeld door het huidige systeem, onder meer door de vereisten inzake tweetaligheid van statutaire ambtenaren. Hoewel er sociale vooruitgang op til is voor contractuele ambtenaren, zit het Brussels Gewest in een moeilijke situatie.
Wie op zoek naar werk is, zal trouwens eerder geneigd zijn om zijn heil buiten het Brussels Gewest te zoeken als dat voordeliger is voor zijn pensioen.

Mevrouw de voorzitter.- De heer Picqué heeft het woord.

De heer Charles Picqué, minister-president.- In de openbare sector, zowel op lokaal, gewestelijk, gemeenschaps- of federaal niveau, krijgt een contractuele ambtenaar voor hetzelfde werk in dezelfde graad aan het einde van zijn loopbaan inderdaad een lager pensioen dan dat van een vastbenoemde statutaire ambtenaar. Deze discriminatie geldt voor een groot deel van het gemeentepersoneel: gemiddeld 53% van dat personeel heeft een contractueel statuut. Dit percentage verschilt van de ene gemeente tot de andere en loopt in bepaalde gevallen op tot bijna 75%, terwijl het elders schommelt rond de 40%. De Brusselse gemeenten hebben vandaag dus meer contractuele dan statutaire ambtenaren in dienst. Daar zijn verschillende objectieve redenen voor, waaronder in de eerste plaats de tweetaligheidsvereisten. Bovendien beschikken de Brusselse gemeenten, net als de andere grote steden van het land, over een groot aantal contracten die door een hogere overheid gesubsidieerd worden. Als een gemeente bijvoorbeeld iemand aanwerft in het kader van een wijkcontract, waarbij de subsidie beperkt is in de tijd, zou het gevaarlijk zijn om vastbenoemde ambtenaren aan te werven. Anders zou de gemeente deze personen volledig zelf moeten betalen wanneer de subsidie wegvalt. De federale regering bestudeert een wetsontwerp om een deel van de verschillen qua pensioen tussen bezoldigde werknemers en statutaire ambtenaren weg te nemen. Concreet zou dit verschil gecompenseerd worden door de invoering van een tweede pensioenpijler voor de contractuele personeelsleden. Zo kan de kloof tussen beide statuten verkleind worden. Al ben ik ervan overtuigd dat men met het oog op het principe van de gelijkheid moet streven naar een nivellering van de pensioen van de ambtenaren, ongeacht hun arbeidsovereenkomst; toch wil ik bekijken welke kosten dat met zich zou meebrengen voor het Brussels Gewest en de gemeenten. Het Brussels Gewest is niet van plan om alleen te handelen. We zullen ons aansluiten
bij de plannen van de federale overheid. We mogen echter niet vergeten dat de gemeenten niet in staat zijn om de kosten te compenseren door de bijdragen voor de pensioenen van de nieuwe statutaire ambtenaren te verhogen. We lopen het risico dat de Brusselse gemeenten niet op gelijke voet zullen worden behandeld.

(verder in het Frans) Als sommige gemeenten niet kunnen volgen, zal er een ongelijkheid tussen de contractuelen ontstaan. Sommige contractuelen zullen hetzelfde pensioen genieten als de statutairen en anderen niet. Wij weten ook nog niet wat de precieze voorwaarden van de federale overheid zullen zijn. Zal het bijvoorbeeld voldoende zijn dat een contractueel personeelslid tijdens de vier laatste jaren van zijn loopbaan een hogere bijdrage betaalt om een volledig pensioen van statutair personeelslid te kunnen genieten? Het is belangrijk dat de federale overheid een evenredigheidsprincipe voorziet, tenzij de gemeenten zich ertoe verbinden om de bijdragen retroactief te betalen.

Volgens de minister van Pensioenen volstaat het om de bijdrage met 1% te verhogen om 10% van het verschil te betalen. Sommige gemeenten zullen de bijdragen misschien maar met 1% kunnen verhogen, andere met 5% of meer. Wij moeten absoluut een dergelijke ongelijkheid vermijden. Toen de lonen moesten worden verhoogd, hebben de gemeenten onmiddellijk aan het gewest gevraagd om het equivalent van de verhoging van de bijdragen door te storten. Ook in het Vlaams Gewest is er een sterke vraag in die zin. (verder in het Nederlands) Ik ben er op zich niet tegen dat de pensioen van de contractuele ambtenaren zouden worden opgetrokken tot het niveau van de pensioenen van de vastbenoemde ambtenaren. Ik ben voorstander van het gelijkheidsprincipe. We moeten echter voorzichtig zijn voor de financiële gevolgen voor de gemeenten en het Brussels Gewest die de milde houding van de federale overeid met zich hebben meegebracht. (verder in het Frans) Het is mogelijk dat we de kwestie opnieuw ter sprake brengen in het Overlegcomité. We zetten de besprekingen met de minister van Pensioenen voort om nog een aantal probleemgevallen op te lossen. (verder in het Nederlands) Onderschat echter niet de financiële problemen die we zullen krijgen als we verplicht worden om op grond van het principe van de gelijkheid van de Brusselse ambtenaren de pensioenen van de contractuele ambtenaren te verhogen. Het zou over veel geld gaan. Ik kan me echter ook niet inbeelden dat we de pensioenen van de contractuele ambtenaren laten afhangen van de financiële mogelijkheden van elke gemeente. We moeten voor een algemeen principe pleiten dat voor alle contractuele ambtenaren geldt.

Mevrouw de voorzitter.- Mevrouw De Pauw heeft het woord.
Mevrouw Brigitte De Pauw.- Uiteraard mogen er geen verschillen zijn tussen de gemeenten. Als er een sectoraal akkoord komt, moeten alle gemeenten dit volgen. In elk geval moet zo’n akkoord geleidelijk ingevoerd worden. De huidige financiële problemen op gewestelijk en gemeentelijk niveau mogen ons niet beletten om alvast enkele stappen te zetten. In de huidige economische crisis, waarin heel wat ondernemingen sluiten, zijn de gemeenten en de overheidsdiensten in het algemeen opnieuw aantrekkelijk als werkgever. Wanneer echter de economie weer zal heropleven, zal dat echter weer veranderen en zal het voor de gemeenten en het gewest moeilijker worden om concurrentieel te zijn op de arbeidsmarkt. Kunt u dus alvast het debat openen op de verschillende niveaus?

- Het incident is gesloten.

About The Author

Number of Entries : 209

Leave a Comment

© Brigitte De Pauw 2014 - Alle rechten voorbehouden

Scroll to top